kleopaslogo

Christelijke feestdagen
  • Kleopas
  • Informatie
  • Christelijke feestdagen

Christelijke feestdagen

Pasen

thumb pasenMetUitlegPasen is het feest waarop wij gedenken dat Jezus Christus is opgestaan uit de dood.

Het woord hangt samen met het woord 'Pascha', dat in het Oude Testament gebruikt wordt om een joods feest aan te duiden. Het woord houdt verband met het werkwoord 'voorbijgaan'.

De Farao van Egypte liet de Israëlieten pas gaan nadat een engel het oudste kind van elk gezin van zijn volk had gedood. Huizen waarvan op de deurposten het bloed van lammeren was gesmeerd, was de engel 'voorbijgegaan'. Voortaan werd ieder jaar het Paschafeest gevierd als herdenking van de bevrijding uit de slavernij.

Met de komst van Jezus krijgt het Pascha een nieuwe betekenis. Jezus is voor zijn volgelingen hét Paaslam, het 'Lam voor ons geslacht'. Dat wordt herdacht op Goede Vrijdag. De offers die in de tijd vóór Jezus in de tempel werden gebracht, waren een heenwijzing naar zijn zelfopoffering aan het kruis.

Jezus Christus gaf zijn leven voor mensen, maar stierf niet als een dode held. Op de derde dag stond Hij op uit de dood en overwon daarmee dood en satan.

Dat vieren wij in het bijzonder met Pasen, maar feitelijk ook op elke eerste dag van de week, de zondag,  als wij samenkomen.

Lees meer

Pasen (gedenkdagen)

Aswoensdag De start van de vastentijd.
Palmzondag De  zondag  voor  de  goede  week  heet  palmzondag.  Het  is  de herdenking  van  de  intocht  van  Jezus  in  Jeruzalem.  
Goede week De laatste week van de vasten wordt de goede- of lijdensweek genoemd. De donderdag tot en met zaterdag hebben een bijzondere betekenis.
Witte donderdag Op deze dag wordt herdacht dat Jezus het laatste avondmaal hield  met  zijn  leerlingen.  De  voetwassing  als  teken  van  naastenliefde  en  het avondmaal staan centraal.
Goede vrijdag De herdenking van de kruisdood van Jezus. Het ‘goede’ is een vooruitwijzing naar Pasen. De dood zal niet het laatste woord hebben. 
Stille zaterdag Op stille zaterdag wordt herdacht dat Jezus in het graf wacht op de  opstanding.  
Pasen Het feest van de opstanding. De dood is overwonnen. De band tussen God en mensen is hersteld.

Kerst

thum_kerstMetUitlegIn de dagen rond Kerst vieren we de geboorte van Jezus.
Jezus. Zijn naam betekent: bevrijder, redder.

Wie bevrijd wordt heeft iets te vieren. Die kan zijn blijdschap niet op!
De komst van Jezus Christus op deze wereld vieren we op 25 december.  

De bevrijding die Hij bracht heeft betekenis voor alle mensen. In de Bijbel staat dat God uit is op bevrijding van mensen. Hij wil mensen bevrijden van kwaad, van dood. Hij is er op uit dat mensen leven. Leven, vandaag en morgen en, verrassend: tot in eeuwigheid!

Gods liefde is op en top zichtbaar in Jezus' geboorte. Hij werd deze wereld ingestuurd om die bevrijding werkelijk te maken. En daarom valt er voor alle mensen op 25 december iets te vieren.

 

Lees meer

Kerst (Advent: symbolen & gebruiken)

Adventskrans: Een krans van dennengroen waarin vier kaarsen steken. Gedurende de adventstijd wordt iedere week een kaars meer aangestoken. De krans was van oorsprong een middel om mensen mee te onderscheiden of te kronen. Op deze manier verwijst de adventskrans naar het komende Koningschap van Jezus, wanneer Hij terug zal komen om over ons te gaan regeren.

Adventsster: Een zilverkleurige papieren ster die in de adventstijd in veel huizen voor het raam wordt gehangen. De adventsster verwijst naar Christus als het Licht der wereld Die naar ons toe kwam om licht te brengen in de duisternis.

Groeilied: een lied waarin het thema van de komst van Christus centraal staat en dat in veel kerken tijdens de adventstijd gezongen wordt. Iedere zondag binnen de advent zingt men van het groeilied een couplet extra.

Lees meer

Pasen (40 dagentijd)

doortochtHet katholieke vasten heeft zijn wortels in het jodendom. Het jodendom kent slechts één voor iedereen geldende vastendag: de Grote Verzoendag. Daarnaast ontstond een traditie om tweemaal per week te vasten, op maandag en op donderdag.

Dit gebruik om op twee dagen te vasten wordt overgenomen door de vroege kerk. Om afstand te nemen van het jodendom wordt gekozen voor de woensdag en de vrijdag ter herinnering aan de gevangenneming en de kruisiging van Jezus. De vrijdag is voor veel katholieken nog steeds de dag waarop geen vlees wordt gegeten, maar vis.

Veertigdagentijd

Al vrij snel in de ontwikkeling van het christendom wordt ook gevast ter voorbereiding op Pasen. In eerste instantie ging het alleen om de goede week. Aan het eind van de derde eeuw ontstaat de periode van veertig dagen. Het getal veertig verwijst aan de ene kant naar de veertig jaren dat het joodse volk door de woestijn trok richting het beloofde land (Exodus). Aan de ander kant verwijst het naar Jezus, die in de woestijn veertig dagen gevast heeft (Mat. 4:1-11). Wie goed in de agenda kijkt en de dagen telt van Aswoensdag tot en met paaszaterdag, komt op 46 dagen. Dit heeft te maken met de rol van de zondagen. Iedere zondag is een Pasen in het klein. Op iedere zondag wordt de opstanding van Jezus gevierd. De zondagen breken dus als het ware het vasten. Op zondag mag al een beetje feest gevierd worden. Er hoeft dan niet gevast te worden. In die zin krijgen we op zondag als het ware letterlijk een voorproefje op Pasen.

Lees meer

Kerst (Advent)

thumb immanuelMetUitlegVoorbereiden op Kerst

Het woord "Advent" komt uit het Latijn en verwijst naar 'adventus' en 'advenire'. Deze woorden betekenen zoveel als 'komst' en de beweging ergens 'naar toe komen'.

Advent begint altijd op de zondag die valt tussen 27 november en 3 december en eindigt op 24 december. Hierdoor is de lengte van de adventsperiode verschillend, maar telt de advent altijd 4 zondagen. In kerken wordt de advent symbolisch zichtbaar gemaakt door een kaarsenstandaard of adventskrans waarop vier kaarsen staan. Elke zondag wordt een extra kaars aangestoken. Op de laatste zondag voor kerst branden dus alle kaarsen.

 

Lees meer

Kerst (Advent: ontstaansgeschiedenis)

(Verdiepingsstof) 

Advent vierde men al in een heel vroege periode. Waarschijnlijk ontstond het gebruik in de vierde eeuw na Christus in de Oosterse kerk. In die tijd speelde het zogenaamde mysterie van de menswording (de 'epiphaneia') van Christus een belangrijke rol. De kerk hield zich toen bezig met de vraag hoe het toch mogelijk was dat de Zoon van God als een 'gewoon' mens naar de wereld was gekomen. Dit thema van de menswording van Christus werd centraal gesteld in de Adventstijd, de periode voor Kerst.

De traditie van Advent verspreidde zich al snel westwaarts. In Gallie, het huidige Frankrijk, werd er verder vorm aan gegeven. In de vijfde eeuw maakte men in dit gebied de adventstijd tot een vastenperiode van zes weken. Die periode begon op 11 november, de feestdag van Sint Maarten. Dit was een bisschop die bekend stond om zijn liefdadigheid aan de armen en die door de kerk tot heilige was verklaard.

De periode van het vasten met Advent liep parallel aan het vasten voor Pasen. Net als met Pasen begon het vasten met een soort carnavalsdag (Sint Maarten), duurde veertig dagen en liep uit op de viering van een belangrijk christelijk feest. Tijdens de vastenperiode werden de gelovigen geacht vaak naar de kerk te gaan, veel goede werken te verrichten en op een sobere manier te leven.

In de kerkdiensten wijdde men vooral aandacht aan de vier gebeurtenissen die plaatsvonden voor de geboorte van Christus en die beschreven zijn in Lucas 1: - de boodschap aan Zacharias en aan Maria, - het bezoek van Maria aan Elisabeth, - de geboorte van Johannes de Doper en - de menswording van het Woord in Maria.

Pas in de zesde eeuw drong de traditie van Advent door tot de kerk van Rome. Eerst duurde die periode nog zes weken, maar door paus Gregorius de Grote (590-604) werd ze teruggebracht tot de huidige lengte van vier zondagen. Gregorius was ook degene die met Advent de gewone komst en ook de wederkomst van Christus in de eindtijd centraal stelde.

Lees meer

Kleuren en symboliek van het kerkelijk jaar

In de kerken worden soms de kleuren van het kerkelijk jaar gebruikt in de vorm van linten in de bijbel of een antependium (voorhangsel aan lezenaar of preekstoel). Ook dragen voorgangers soms een stola over hun toga. De kleuren zijn geen vrijblijvende versiering, maar duiden op de verschillende tijden in het jaar.

In dit artikel worden de gebruikte kleuren, getallen, vormen, planten en dieren nader uitgelegd.

Lees meer